Je rekening-courantschuld verdwijnt niet als je je BV verkoopt
Een DGA verkoopt zijn aandelen voor 5.000 euro. De koper neemt ook zijn rekening-courantschuld van 287.000 euro over, het geld dat hij door de jaren heen van zijn eigen BV had geleend. Klaar, dacht hij. Schuld weg, bedrijf weg.
Zo simpel was het niet. De Belastingdienst telde die overgenomen schuld op bij de verkoopprijs en stuurde een aanslag voor een belastbaar voordeel van ruim 274.000 euro in box 2. Dat is de belasting die je betaalt als je als grootaandeelhouder voordeel haalt uit je aandelen. De rechter boog zich over de zaak en gaf de DGA deels gelijk.
Wat de rechter besloot
Eerst het slechte nieuws voor de DGA. Hij verkocht aandelen met een eigen vermogen van ruim 271.000 euro voor maar 5.000 euro. Daarmee bevoordeelde hij de koper, vond de rechter, en dan mag de fiscus de afgesproken prijs negeren en uitgaan van de echte waarde.
Dan het goede nieuws. De overgenomen schuld telt mee, maar niet voor het volle bedrag. De schuld was niet opeisbaar, er liep geen rente en er waren geen zekerheden. De DGA was 54 en had gezondheidsklachten. De rechter vond het aannemelijk dat de schuld grotendeels oninbaar zou zijn. Tegelijk had de DGA overwaarde op zijn huis, zo'n 49.000 euro. Op dat bedrag stelde de rechter de waarde van de schuld vast. Het belaste voordeel kwam zo uit op 35.849 euro in plaats van 274.000.
Wat betekent dit voor jou
De les is hard maar duidelijk. Je rekening-courantschuld verdwijnt niet zomaar als je je BV verkoopt. De fiscus rekent een overgenomen schuld mee als onderdeel van de prijs. En een vriendenprijsje om eronderuit te komen werkt niet, want dan kijkt de Belastingdienst naar de echte waarde. Zelfs een schuld die je oninbaar noemt, wordt niet op nul gezet als je privé nog vermogen hebt, zoals overwaarde op je huis. Houd je rekening-courant dus in de gaten, en laat je goed adviseren voordat je verkoopt. Wat je van je eigen BV leent, komt op een dag terug.